De magie van het vertellen: Jamal Ouariachi en de ‘Duizend-en-één-nacht’
Het bekendste werk uit de Arabische literatuur is ongetwijfeld de oude verhalenverzameling De vertellingen van duizend-en-één-nacht waarvan de oudste bewaard gebleven versies teruggaan tot de vijftiende eeuw. Hoewel maar weinig mensen het werk in zijn geheel hebben gelezen, roept de naam meteen associaties op met exotische figuren als Sjahrazaad, Sindbad en Aladdin. Het is juist deze intuïtieve bekendheid die aangeeft hoezeer de vertellingen deel zijn gaan uitmaken van de westerse en de mondiale cultuur. Vanaf de eerste Europese vertaling, de Franse versie van Antoine Galland, die aan het begin van de achttiende eeuw verscheen, groeide de Duizend-en-één-nacht uit tot een fenomeen dat tot op de dag van vandaag zijn vitaliteit heeft bewezen. Al in de achttiende eeuw behoorden personages als Aladdin en Sindbad tot het standaardrepertoire van het volkstheater in West-Europa, en in de 21e eeuw blijven hun avonturen in films en musicals topattracties voor het brede publiek. Sjahrazaad is in staat zich steeds te vernieuwen en zich aan nieuwe tijden en media aan te passen.